Verslag van ons optreden in Marokko 2005 Terug naar menu reportages!

Terug naar de startpagina van de 4 Tuoze Matroze!

 
     
 

Marokko 2005


Deel 1 Casablanca

Het is 13 juli 2005. De matroze staan ongeduldig te trappelen voor de scanapparatuur van Schiphol Airport.
Accordeonist Ron Verhoeff , die voor deze gelegenheid weer eens mee gaat, staat zwaar te vloeken tegen de security dames. Zij hebben een Letherman all-in zakmes bij hem gevonden. Met een scherp mes,een genadeloze tang en een  meedogenloze schroevendraaier. Zoiets kost al gauw 150 euries. Er wordt gevraagd waar de reis heen gaat. “Casablanca“ fulmineert onze Ron. Oh, Casablanca, neem hem dan maar mee “oreert de onzekere veiligheidsbeambte.

Casablanca….. ”Het witte huis” ....de wildste fantasieën dansten door mijn hoofd toen de 4Tuoze Matroze gevraagd werden om aan de zgn. “Cultuurboot” mee te doen.
In de drie havensteden Casablanca, Agadir en Huceima optreden voor de Marokkanen. Mijn liefde en sympathie voor Marokko is dan eindelijk door Allah beloond. 25 jaar geleden was ik er voor het laatst. Toen ben ik er vernederd, geslagen, beledigd, opgelicht en beroofd en bijna verkracht. Allemaal mijn schuld. Ik was de klootzak. Nu weet ik beter. Ik laat me niet meer gek maken door die overspannen anti Marokkaanse hetze in onze kranten. In het zwaarst vervuilde land van de wereld, het land met de slechtste draaiende economie van Europa, vinden ze het belangrijker om pagina’s te vullen over hoofddoekjes en een paar rebellerende Marokkaanse Tokkies. Ga met ons mee naar Casablanca. Cassa groovt, Cassa feest, Cassa bidt en Cassa swingt.....

Althans nog niet in het vliegtuig van Royal Air Maroc. De moslima waar ik naast moet zitten staat zodra ze me ziet gelijk op en vraagt haar vader, die aan de andere kant van het gangpad zit, of ie van stoel wil wisselen.

Ik werp de vader een vertrouwde blik toe en hij knikt goedkeurend. Hij is niet van plan op te staan. Het meisje gaat weer zitten en ik stel me voor. In een zwaar Brabants accent zegt ze dat ze Layla heet en onderweg is naar Marrakech. Het is een lief meisje al geloofd ze niet dat de wijn die ik van de steward krijg in Marokko wordt gemaakt, dat het geloof en de staat gescheiden zijn in Marokko en dat we zonder de hulp van Allah veilig zullen landen. Ik ken dat gevoel wel. Ik heb ook in Allah geloofd toen we ooit ergens in het zand van de Sahara bleven steken met een veel te oude Peugot 504. Over veiligheid gesproken. We zijn de trap nog niet af of accordeonist Ron wil al een sigaret opsteken.

Gelukkig is het grondpersoneel alert en voorkomt zo dat het vliegtuig en wij niet reeds bij aankomst de lucht in vliegen .

Eenmaal in de aankomsthal mag er overal gerookt worden. Een fantastische regel. We worden opgevangen door de beeldschone Wahiba die onze begeleidster zal zijn gedurende de komende weken. Aangezien ik het minst slecht Frans spreek sta ik gelijk hoog bij haar op de ladder, als het op verdeling der gunsten aankomt. Een klein minpuntje aan haar uiterlijk is een zilveren kleurige beugel, bij elkaar gehouden met roodkleurige elastiekjes, die een vreemd soort geluid maken. Een soort oraal snaarinstrument.
We tsjekken in bij Hotel Trans-Atlantique, in een wijk die sterk aan Parijs Centrum doet denken, maar dan met meer luchtverontreiniging. Er worden veel handen geschud met het hotel personeel en in een van de handen bevindt zich een voorgedraaide joint. Die roken we op en dan is het nighttime Casablanca. Ver hoeven we niet te lopen want op iedere hoek van de straat bevindt zich een kroeg.
Nou ja kroeg. Waar vrouwen zijn en alcohol vloeit, is al snel sprake van een bordeel. Maar dan op z’n Marokkaans dus. Keiharde opzwepende Arabische en Berberse muziek, vallende bierflesjes, billendraaiende hoeren, schreeuwende en lachende klanten maar vooral zeer oplettende obers die je op je wenken bedienen. We laten ons vollopen met Flag export. Een niet onaardig biertje waarvan je er niet meer dan 6 achter elkaar moet drinken. Boven in het bordeel eten we een uitstekende tajine met schaap, rammen er nog wat flessen wijn in, sjansen met de meisjes en gaan dan naar de eerste werkbespreking in het hotel. Ook hier stokt de bieraanvoer niet en wij zijn blij dat we ons alleen maar hoeven voor te stellen en het productieteam is blij dat we geen vragen hebben.

De volgende dag lopen we door de straten van Casablanca, we struinen platenzaken af en kopen nog echte elpees van Oum Kalthoum, Farid el Atrash en Abdul Hwap. In de historische Medina ontdekken we vele terrasjes waar oude en jonge Marokkanen joints zitten te roken. We schuiven aan, spelen een soort rummicup en inhaleren met groot plezier Marokko’s export artikel nummer 1 onder het genot van vele gazen mint thee.
We bezoeken de oude vesting en zakken langzaam af naar het strand, waar een groot podium staat opgesteld. Hier vindt de officiële opening plaats van het festival. We maken kennis met de medemuzikanten. Bijvoorbeeld de Marokkaans-Nederlandse band Kasba, de in wit geklede dames en heren van het Amsterdams Viola kwartet,

De Marokkaans/Arabisch/Nederlandse formatie Wechem, die volgens eigen zeggen muziek maakt die ontspoort en de d-jays Saif, Nassir en Wijnand van de afdeling Marmoucha. Wij herkennen gelijk de feestgangers die zich vooral onder Kasba en Wechem bevinden en knikken elkaar begrijpend toe. Is hier nu al sprake van een geheime alliantie? De opening verloopt nogal saai, vooral omdat het publiek zich rond dit vroege tijdstip nog op het werk, dan wel op het strand bevindt. Des al niettemin verschijnt op het moment dat wij de boel openen, de driemaster Oosterschelde aan de horizon. Burgermeester Opstelten van Rottjeknor is niet op komen dagen. Als plaatsvervanger heeft hij een of andere loco-burgemeester gestuurd. Aan zijn stropdas te zien waarschijnlijk iemand van de Leefbaar Rotterdam. Hij doet in ieder geval geen moeite om onze handen te schudden. Pas als de zon onder gaat stroomt het publiek langzaam richting podium. Kasba maakt er een leuk feestje van. Wij zijn dan al vertrokken om de nodige Flagjes naar binnen te kegelen onder het genot van de immer aanwezige live muziek.

Het valt sowieso op dat alle muzikanten hier uit het zgn. b-circuit torenhoog boven onze restaurant artiesten uitsteken. Als we even later terugkeren naar het festival terrein zit de sfeer er goed in. Aangezien hier geen alcohol wordt geschonken zijn de vele mooie dansende dames dan ook niet van dubieus allooi.

De sociale controle hier in Casablanca zit ook wat beter in elkaar als bij ons. Waar in Nederland bij de geringste irritatie in het verkeer, massale vechtpartijen en executies een reeds maatschappelijk geaccepteerde norm zijn, wordt hier elke dreiging tot handgemeen gelijk door alle omstanders in de kiem gesmoord. Jammer trouwens dat de restauranten alleen op vrijdag couscous serveren.

We bezoeken de grote Mohammed 5 moskee en zwemmen wat in de oceaan. De laatste avond brengen we door in de nachtclub van het hotel. Natuurlijk zijn er drank en hoeren, maar zelfs de Hollandse blonde dames van de organisatie, die aanvankelijk met grote tegenzin zich door ons lieten meesleuren, bewegen zich als ware kroegtijgers tussen de dansende meute. Wat is het alternatief. Een flesje wijn in je hotelkamer?

In de nacht club ontmoeten wij de hoer Saida. Ik had de dag ervoor al met haar kennis gemaakt. Nou ja, laat ik zeggen dat het initiatief niet van mijn kant kwam. Aan een krap tafeltje, ingesloten door mijn bandleden, werd mijn gezichtveld zodanig beperkt dat ik haar constante blik niet kon vermijden. Saida was gekleed in een Jalabia. Ondanks deze camouflage was duidelijk te zien dat ze een aardige omvang had. Ze had kort bruin krullig haar en zat onophoudelijk flesjes bier leeg te drinken. Haar gebid was volledig verrot en ik kon de dampen, die uit haar mond kwamen al op 4 meter afstand ruiken. Kortom …een wanstaltige vrouw. Op eens schreeuwde ze boven alle adhd –achtige muziek uit? “Comment tu s”apelle”?
Alle ogen waren op mij gericht. De Marokkaanse mannen lachten verwachtingsvol en mijn bandleden stonden klaar om een eventueel zwijgen van mij de grond in te boren. Desondanks was ik niet van plan mijn naam te melden totdat de ober, die kennelijk ook in het complot zat, mij weigerde te bedienen bij het zoveelste biertje.
“Je m´apelle Cees “ riep ik. “Aahhh Cees…” hoorde ik haar zuchten. Ik dronk mijn biertje heel snel op, liep op haar af en zei: “Salaam Maleikum Saida” en weg was ik.

En nu staat ze daar weer te glimlachen en te kontdraaien. Mijn geluk is dat ze de avond daarvoor zo dronken was dat ze het verschil tussen mij en bassist Titus niet meer ziet. Die arme jongen wordt bijna belaagd. Als een op hol geslagen slagschip komt ze met haar borsten op hem af. Met zijn handen duwt hij haar telkens terug, maar de Marokkaanse gasten vinden het allemaal erg vermakelijk en duwen haar steeds weer in onze richting.

De lucht uit haar mond is verstikkend, de muziek opzwepend en het bier smaakt naar meer.
De zes dagen in Casablanca vliegen in een roes voorbij.

We staan veel te vroeg op om terug naar Nederland te vliegen. De cellist van Weshem, die gisteravond als laatste de nachtclub verliet, lijkt net als hun muziek volledig ontspoord. Eerst wil ie niet wakker worden, waardoor we bijna het vliegtuig missen, dan komt ie tijdens de dodenrit naar vliegveld er achter dat zijn paspoort nog in het hotel ligt, vervolgens heeft ie in tegenstelling tot zijn bandgenoten geen extra ticket voor zijn cello om aangekomen op station Sloterdijk te melden dat ie zijn huissleutels in Casablanca heeft laten liggen.

v.d. Bracht en Koldijk dronken in het Bordeel Verhoeff dronken en stoned in het bordeel

Bodewes nuchter in het bordeel Strand Casablanca

August past op kinderen Lancering scud-raket

Sieben bekeerd!

Matroze in Casablanca Fans

v.d. Bracht en Koldijk nuchter op het podium

Een weekje thuis. Ik probeer de draad weer enigszins op te pakken. Volgens mijn vrouw praat ik nogal veel over Marokko, daarbij één aspect vermijdend, namelijk de vrouwen. Na twee dagen stelt ze de vraag ”En hoe waren de Marokkaanse vrouwen?“ “Tja, die zagen er wel redelijk uit, net als de mannen trouwens” probeer ik voorzichtig. De afstandsbediening vliegt rakelings langs mijn gezicht en er sneuvelen wat borden. “Eitje” denk ik.


Deel 2 Agadir

Opgelucht stappen we weer het vliegtuig in. Dit keer blijven we 13 dagen. We vliegen naar Agadir met een overstapje in Casablanca. Vaste accordeonist Marcel, zit helemaal vooraan, met zijn tenen in de eerste klas.
Met een vertraging op schiphol van ruim een uur zouden we de aansluiting wel eens kunnen missen. En ja hoor dat doen we dan ook… behalve onze goede Marcel die als eerste in Casablanca het vliegtuig uitstormt en als een speer door de transithal stuitert om de aansluiting naar Agadir nog net te halen. Wij zijn gedoemd om 7 uur in de luchthavenbar door te zakken. Op zich geen vervelende bezigheid ware het niet dat we gezelschap krijgen van een Duitse hasjprofessor, die het na elke zin afrondt met de woorden angedrohnt, gute Qualität en Ketame. Na zijn achtste biertje hoor ik voor het eerst het woord ”bier” vallen.
Tamelijk laveloos arriveren we in Agadir alwaar we oude bekenden uit Casablanca in de lokale nachtclub ontmoeten. Terwijl de hoeren om ons heen dansen, kijken we lusteloos naar onze accordeonist die nu pas de sfeer, die wij al zo goed kennen, met volle teugen opsnuift onder het genot van olijven met bier.

Agadir is eigenlijk een beetje een saaie stad. Ik was er 25 jaar geleden al. Na de vernietigende aardbeving is er alles aangedaan om er een toeristische badplaats van te maken. Laat ik het maar het Noordwijk van Marokko noemen. Een betonnen plaat met niet al te hoge gebouwen. De enige plek met sfeer is bij het oude busstation in een wijk die rond de jaren zestig is gebouwd. Maar voor het echte Marokko moet je niet in Agadir zijn.

We besluiten op onze vrije dag naar het vissersdorpje Tifnit te gaan (niet te verwarren met Tiznit), ongeveer 20 kilometer zuidelijk van Agadir. Ons oog valt op een oude Chervolet uit de jaren 70 en zijn bestuurder die al 70 jaren moet zijn. Wanneer hij de auto start lijkt het wel alsof we in een tractor zitten. De Chervolet motor is vervangen door een klein Peugot dieseltje. Met een speling van 180 graden in het stuur zwalken we over de weg.
Achter ons vormt zich een enorme file van gefrustreerde automobilisten die door de laverende acties van onze chauffeur geen kans zien ons in te halen. Onderweg naar Tifnit moet je door het (voor mij althans) legendarische stadje Ait Meloul. De lokalen spreken dit uit als “Eet me lul”. Ait Meloul is een soort kruispunt waar huizen om heen staan. Rechtdoor ga je naar het zuiden en links naar Marrakech.
Tifnit is als een rotte kies in de Atlantische oceaan. Rode bouwvallige huisjes trotseren de immer beukende zee. Ook hier was ik 25 jaar geleden. Uren zat ik op het strand bij de vissers die in de grotten woonden. We aten mosselen die zich door de zon lieten drogen. Vroeger kon je bij vloed nog om het dorpje heen lopen maar tegenwoordig kloppen de golven aan bij de deuren van de bewoners. Op het strand liggen de blauwe vissersboten die ´s nachts en ´s morgens vroeg uitvaren. Overal staan tafeltjes waar de mensen uit Ait Meloul verse vis komen kopen. Ikzelf bestel een bord sardientjes met brood voor nog geen 50 cent. We maken grappen in het Spaans met de lokale bevolking en ik peuter de graten uit mijn tanden. Achmed, onze chauffeur heeft een “personal “tajine meegenomen die hij op de vloer van zijn auto verorberd. Verderop zwemmen mensen in de zee en er heerst totale rust en harmonie.

´s Avonds bij ons tweede optreden stromen de mensen toe. Ik schat het op zo’n tienduizend man. De Pa-installatie draait overuren en knettert over het strand van Agadir. Het is voor het eerst dat onze muziek echt aan slaat. Ik zie Marokkanen zelfs headbangen op “De Amstel is een vrouw” en de eerste aanstekers gaan de lucht in tijdens “Ik ga naar Zee’. Op een moment van absolute stilte klinkt er opeens een heldere meisjes stem uit het publiek “Mijnheer, kunt u ook iets van Marco Borsato spelen?” Ik kijk haar verbaasd aan. Ze heeft prachtig bruine ogen en lang zwart haar. “Kom straks maar even backstage” denk ik. “Dat doet Marco ook altijd”. “Nu even niet!" zeg ik met een vriendelijke glimlach. Of eigenlijk liever helemaal niet.” De band redt me uit deze pijnlijke conversatie door een nieuw nummer in te zetten (Bij deze nog bedankt mannen). Na afloop van ons optreden staan er tientallen vrouwen backstage verlekkerd naar ons te kijken. Tenminste daar ging ik van uit. In werkelijkheid komen ze af op de veel jongere goden van Kasba.

Het aantal kroegen in Agadir is tot onze grote teleurstelling beduidend minder dan in Casablanca. We beperken ons tot korte bezoekjes aan de nachtclub in ons hotel. Het echte feest begint daar meestal pas na twaalven. Door de moordende zon overdag liggen we meestal als brave geitjes rond die tijd in bed.
De volgende dag meldt Achmed met zijn Chervolet zich om 12.00 voor het volgende uitstapje. Deze keer bezoeken we Cape Corn met de beroemde vuurtoren, kruipen in grotten en eten de beste tajine tot nog toe in een van de vele wegrestaurantjes.

´t Klotebootje Sieben komt uit de supermarkt

Matroze in Ait Melloul De duistere kant van vd Bragt

Boulevard van Agadir De band auto

Deel 3 Al Huceima

We maken ons op voor de lange reis van Agadir naar Al Huceima. Een tocht die ons over de Atlas en het rifgebergte zal voeren. Een reis die ongeveer 20 uur gaat duren maar werkelijk adembenemend is. De dieptes, de rode rotsen die als natuurlijk sculpturen uit de aarde opreizen, de groene akkers en de prachtige bergdorpen vliegen aan ons voorbij. Ik zou wel om de 5 minuten willen uitstappen om eindeloos over de vlaktes te kunnen lopen. Maar de airco in de bus verraad de werkelijk hitte, die bijna onverdraaglijk is.

Rond het middaguur rijden we door de buitenwijken van Marrakech. De stad is in 25 jaar enorm op de schop genomen. De nieuwbouw hier is van een prachtige schoonheid. Ik moet gelijk aan de grauwe buitenwijken van Osdorp of Slotermeer denken. Een aantal van ons gezelschap spoed zich naar het Jemaa El Fnaa plein terwijl de meerderheid van Kasba en de Matroze zwaar aan het bier gaat in de kelder van een restaurant. Ik heb me trouwens laten vertellen dat het plein keurig betegeld is. Vroeger was dat niet zo. Dat had wel zijn charme. Openbare tandtrekkingen waarbij het bloed uit de schreeuwerige monden spoot en zich vermengde met het stoffige zand. Dat waren nog eens tijden. Dat beeld wil ik graag zo houden.

Om een uur ´s nachts arriveren we in een ressort 5 kilometer buiten Fez. Nerveus vragen we of de bar nog open is… maar helaas… dan maar op het balkon zitten en naar de prachtige sterrenhemel kijken hier aan de voet van het Riff.
Hoe dichter we bij Al Huceima komen hoe slechter de wegen maar hoe mooier de omgeving. Ik weet eigenlijk niets van Huceima. Ik heb gehoord dat er voornamelijk Nederlands wordt gesproken in de vakantietijd i.v.m. de Nederland / Marokkaanse vakantiegangers. De ontvangst is hartelijk.
Als we na het intsjekken in ons hotel waar eigenlijk iedereen staakt, op zoek naar bier, door de straten van Huceima lopen worden we tamelijk agressief benaderd door de hangende vakantiegangers. “Kaaskoppen, klootzakken.... Wat doen jullie hier... ? Rot op naar je eigen land“ horen we regelmatig.
De verklaring hiervoor krijgen we ook te horen. Iedereen denkt dat we journalisten zijn. Er is de laatste tijd nogal wat geschreven over de “achteraf straatjes“ van Huceima. Een enorm journalisten leger heeft zich massaal gestort op eventuele familieleden van Mohammed B en Samir A en in feite een fantastische basis gelegd voor ons, artiesten. Bedankt nog mannen van de pers. Waar waren jullie tijdens de aardbeving in 2004? Gelukkig arriveert even later het Narren schip de Azart in de haven van Huceima. Met kopstuk August in een optocht, die aan 40 jaar skunk gebruik doet denken, wordt de laatste twijfel over journalistieke aspiraties weggenomen.
Er zijn twee locaties voor bier. Een of ander hotel met op de bovenste verdieping een disco. En het restaurant in de haven waar behalve verse vis ook koud bier is te krijgen.
Op het grote plein (place de Unitee) is al een festival aan de gang en het valt me op dat het hele plein gevuld is met wel 15.000 mensen. Dat belooft wat.
In onze gesprekken met de lokale bevolking beseffen we ons dat er hier wel een heel andere sfeer is dan in de vorige steden. Zo wordt er nogal geklaagd over Arabieren en dan in het bijzonder de Arabische politie en in de diverse confrontaties die we meemaken is er niet echt sprake van wederzijds respect.
Ook hoor ik dat onze collega’s van Kasba in hun eigen repertoire aan het sleutelen zijn want de verhalen voorspellen niet veel goeds. Een Arabisch zingende band is hier drie weken geleden nog van het podium afgekegeld. Iedereen heeft het hier over de voormalige verzetsheld Abdelkrim el Ketabi. Een ware legende die het voor elkaar heeft gekregen in de vorige eeuw de Spanjaarden uit Marokko te schoppen en de onafhankelijke rifrepubliek uit te roepen. Middels een enorme overmacht van het Franse en Spaanse leger is het Rif na enkele jaren weer heroverd. Maar de bevolking is trots. Eigenlijk net als in Algerije waar de Fransen in de jaren 50 klop kregen.

We hangen de volgende dag uren in de haven en kijken hoe er een vissersboot op de kant gesleept wordt. We maken grapjes met de vissers en het is hier, op deze plek, dat ik me helemaal thuis voel. Ik snap wel dat er heleboel lokalen graag de overtocht naar Europa willen maken, maar ik spreek ook een aantal die nooit meer hier vandaan willen.
´s Avonds, we spelen na Kasba die enigszins lauw worden ontvangen, spelen we de sterren van de hemel. Er gaan duizenden aanstekers in de lucht. Ik heb een aantal berber zinnen geleerd op de melodie van Surinaamse Meisjes: Tichad sjerien mel Huceima, sht’gant blech (meisjes van Huceima dansen te gek).

Ik weet niet precies wat er gebeurd, maar we spelen de heleboel plat. Met bodyguards en politie worden we ontzet en onder zware bescherming naar het busje gebracht. De volgende dag als we door de straten lopen krijgen we overal huwelijks aanzoeken en andere complimenten (Ja heren van de pers ook van meisjes met hoofddoekjes). Natuurlijk krijgen we ook de traditionele beledigingen als “Kaaskoppen en André Hazes klonen“ toegeworpen maar over het algemeen zijn de mensen laaiend enthousiast.
We varen nog een dagje met de driemaster Oosterschelde mee waarbij de Nederlandse consul zich onderscheidt, door in een enorme kwallenschool te duiken. Even is zijn gevoel voor diplomatie weg als hij vloekend en tierend uit het water wordt gesleept.

Na ons laatste concert wacht ons nog een lange nachtelijke tocht over het Rif. In negen uur rijden we onder een prachtige sterrenhemel naar Tanger. Dan vliegen we naar Casablanca en van daaruit terug naar Amsterdam.

Aankomst in Huceima met Huceima eiland strand van Huceima

Koldijk, de alles vriend August....  altijd een verrassing!

Matroze met Wahiba, onze begeleidster Koldijk met DJ Saif, DJ Nassir en mixer Marco

Biertje in Huceima Speluuuuuhhh Kaaskoppen!

Terug!

Thuis kan ik gelijk mijn verdiende geld bij vrouw en kinderen afgeven. De volgende dag zijn ze vier weken op vakantie. Ik blijf alleen achter met mijn herinneringen aan dat mooie land en kan alleen nog Allah vragen of we nog een keertje terug mogen komen…..........


Overige foto´s

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Beheer: Hykopop Nederland 2000-2006